ECLI:NL:RBDHA:2018:769
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid RDW bij ongeldigverklaring kentekenbewijs wegens technische gebreken
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van de RDW om het kentekenbewijs van zijn voertuig ongeldig te verklaren omdat het voertuig niet voldeed aan de wettelijke technische eisen. De politie had een melding gedaan over technische gebreken en niet-goedgekeurde wijzigingen aan het voertuig, waarna de RDW een verbod tot rijden op de weg oplegde.
De rechtbank oordeelde dat bezwaar tegen de technische beoordeling van het voertuig niet-ontvankelijk is op grond van artikel 8:4, derde lid, onderdeel c, van de Awb. Daarnaast heeft de RDW een discretionaire bevoegdheid om te bepalen dat een voertuig niet op de weg mag rijden wanneer het niet aan de wettelijke eisen voldoet. De rechtbank vond dat de RDW terecht van de politieconstatering is uitgegaan en dat eiser onvoldoende heeft gesteld om dit te betwisten.
De rechtbank verwierp het beroep van eiser en bevestigde dat het voertuig pas na goedkeuring door de RDW weer op de weg mag worden gebruikt. Een klacht over de politieconstatering moet bij de korpschef worden ingediend. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de RDW tot ongeldigverklaring van het kentekenbewijs wordt ongegrond verklaard.