Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 januari 2018 in de zaak tussen
[naam] , eiseres,
[naam],
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een vrouw met de Oekraïense en Russische nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in wegens huiselijk geweld door haar echtgenoot. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond en legde een terugkeerbesluit en een inreisverbod op. De rechtbank bevestigde dat Oekraïne op de lijst van veilige landen van herkomst staat en dat er wet- en regelgeving is die huiselijk geweld verbiedt en bescherming biedt. Hoewel huiselijk geweld een serieus probleem blijft, is de geboden bescherming niet zodanig gebrekkig dat Oekraïne geen veilig land van herkomst is.
Eiseres stelde dat zij rechtmatig verblijf had omdat zij een verzoek om voorlopige voorziening had ingediend en verwees naar Europese regelgeving en jurisprudentie. De rechtbank verwierp dit en oordeelde dat het indienen van een dergelijk verzoek niet leidt tot rechtmatig verblijf en de rechtsgevolgen van het terugkeerbesluit niet opschort. Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder mocht het terugkeerbesluit en inreisverbod opleggen.
De rechtbank benadrukte dat eiseres geen concrete aanwijzingen had geleverd dat de Oekraïense autoriteiten haar niet zouden kunnen of willen beschermen. Ook had zij geen klachten ingediend bij hogere autoriteiten. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2018 en kan in hoger beroep worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit en inreisverbod bevestigd.