Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming. [1]
Rechtbank Den Haag
Op 28 februari 2016 weigerde verdachte, werkzaam als portier van een uitgaansgelegenheid, de toegang aan twee bezoekers met een donkere of getinte huidskleur. De officier van justitie stelde dat dit op grond van ras gebeurde en eiste een veroordeling wegens discriminatie. De verdediging voerde aan dat de weigering gebaseerd was op niet-discriminerende redenen, zoals het niet kunnen tonen van een identiteitsbewijs en drukte in het café.
De rechtbank nam kennis van de verklaringen van verdachte, de slachtoffers en de camerabeelden. Hoewel de slachtoffers werden geweigerd, was niet wettig en overtuigend bewezen dat dit op grond van ras gebeurde. Verdachte verklaarde dat de weigering berustte op gebruikelijke redenen en de opmerking over het meenemen van een dame werd niet als discriminerend beoordeeld. De camerabeelden toonden geen beleid van discriminatie en het was niet vastgesteld dat verdachte op de beelden te zien was.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de tenlastegelegde discriminatie. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, en de benadeelde partij werd veroordeeld in de kosten van de verdediging, die nihil werden begroot.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van discriminatie wegens onvoldoende bewijs.