ECLI:NL:RBDHA:2018:7765
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op langdurige zorg wegens ontbreken verstandelijke handicap voor 18e jaar
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) om de Wlz-indicatie voor de broer van eiser te beëindigen. De broer lijdt aan schizofrenie en chronische obstructieve bronchitis. Eiser stelde dat zijn broer recht heeft op Wlz-zorg vanwege een verstandelijke handicap die zich vóór het 18e levensjaar zou hebben geopenbaard.
De rechtbank overwoog dat volgens de wet en beleidsregels een verstandelijke handicap moet zijn vastgesteld vóór het 18e jaar om aanspraak op Wlz-zorg te maken. De medische adviezen, gebaseerd op dossieronderzoek en huisbezoeken, concludeerden dat er geen bewijs is dat de verstandelijke beperkingen vóór het 18e jaar aanwezig waren. De beperkingen zijn pas na het 18e levensjaar vastgesteld, in combinatie met een psychiatrische aandoening.
Verder oordeelde de rechtbank dat de lichamelijke aandoening van de broer niet ernstig genoeg is om Wlz-zorg te rechtvaardigen. De stelling van eiser dat de bewijslast bij verweerder ligt, werd verworpen omdat het hier gaat om een aanvraag en niet om beëindiging van reeds toegekende zorg. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de Wlz-indicatie wordt beëindigd wegens ontbreken van een verstandelijke handicap voor het 18e levensjaar.