ECLI:NL:RBDHA:2018:7826
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens niet voldoen aan mvv-vereiste en overige voorwaarden
Eiseres, een Oekraïense burger, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel verblijf bij echtgenoot. Deze aanvraag werd aanvankelijk afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Na intrekking van het eerste besluit volgde een nieuw besluit waarin de aanvraag opnieuw werd afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard.
De Staatssecretaris stelde dat eiseres niet in aanmerking kwam voor vrijstelling van het mvv-vereiste, omdat haar uitzetting niet in strijd zou zijn met artikel 8 EVRM Pro over het recht op familieleven. Ook waren er geen uitzonderlijke omstandigheden die een beroep op de hardheidsclausule rechtvaardigden. Daarnaast voldeed eiseres niet aan het inburgerings- en middelenvereiste.
Eiseres voerde aan dat zij niet gehoord was in de bezwaarprocedure en dat het tegenwerpen van het mvv-vereiste onbillijk was, mede omdat zij zorg draagt voor de zoon van haar echtgenoot. De rechtbank oordeelde echter dat deze stellingen onvoldoende onderbouwd waren, dat eiseres onrechtmatig in Nederland verbleef na overschrijding van de visumvrije termijn en dat het beroep op artikel 8 EVRM Pro niet slaagde.
De rechtbank concludeerde dat de Staatssecretaris terecht de aanvraag had afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.