Uitspraak
Beschikking van de kantonrechter op het verzoek van:
[verzoekers] ,
Overwegingen
[erflater], laatst gewoond hebbend te Papendrecht.
[erflater]te verwerpen.
Rechtbank Den Haag
Op 19 maart 2018 is de erflater overleden te Papendrecht. Verzoekers, als wettelijk vertegenwoordigers van minderjarigen woonachtig in Australië, dienden op 19 juni 2018 een verzoekschrift in tot machtiging om namens de minderjarigen de nalatenschap te verwerpen.
De kantonrechter stelde vast dat de minderjarigen hun gewone verblijfplaats niet in Nederland hebben, waardoor het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 van toepassing is. Volgens artikel 5 van Pro dit verdrag is de rechter van de staat waar de minderjarigen hun gewone verblijfplaats hebben bevoegd. Dit betekent dat de Australische rechter bevoegd is en de Nederlandse kantonrechter zich onbevoegd verklaarde.
Daarnaast overwoog de kantonrechter dat volgens artikel 17 van Pro het verdrag de uitoefening van ouderlijke verantwoordelijkheid wordt beheerst door het recht van de staat van gewone verblijfplaats van het kind. Indien volgens Australisch recht geen rechterlijke machtiging vereist is voor verwerping namens minderjarigen, kan de bevoegde Nederlandse rechtbank (Rotterdam, locatie Dordrecht) de verklaring tot verwerping in ontvangst nemen en inschrijven zonder machtiging.
De kantonrechter verklaarde zich daarom onbevoegd om te beslissen over het verzoek tot machtiging verwerping nalatenschap namens de minderjarigen die in Australië wonen.
Uitkomst: De Nederlandse kantonrechter verklaart zich onbevoegd om te beslissen over het verzoek tot machtiging verwerping nalatenschap namens minderjarigen woonachtig in Australië.