ECLI:NL:RBDHA:2018:7916
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak inzake aanvraag verblijfsvergunning langdurig verblijvende kinderen en meewerkcriterium
Eisers, een Ivoriaans gezin, hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning op grond van de Definitieve Regeling Langdurig Verblijvende Kinderen, welke door verweerder is afgewezen wegens onvoldoende medewerking aan vertrek en het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank constateert dat verweerder onvoldoende heeft onderbouwd dat in het verleden het meewerkcriterium niet soepeler werd toegepast, terwijl overgelegde minuten juist een minder strikte toepassing laten zien.
Daarnaast heeft verweerder niet alle belangen van de kinderen meegewogen in het kader van artikel 8 EVRM Pro, met name de mogelijke ontwikkelingsschade van het oudste kind bij terugkeer naar Ivoorkust. De rechtbank oordeelt dat verweerder deze omstandigheden niet adequaat heeft betrokken in de belangenafweging.
De rechtbank wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe en verbiedt de uitzetting van eisers totdat op het beroep is beslist. Tevens wordt verweerder in de gelegenheid gesteld binnen vier weken de motivering te verbeteren of een nieuwe beslissing te nemen, met de mogelijkheid voor eisers om hierop te reageren. De procedure wordt aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: Verweerder krijgt gelegenheid om motivering te verbeteren; voorlopige voorziening tegen uitzetting toegewezen.