ECLI:NL:RBDHA:2018:7990
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling functiewijziging watergang van secundair naar primair water in legger Wateren
Eisers, eigenaren van percelen grenzend aan een watergang parallel aan de Dijkweg, stelden beroep in tegen het besluit van het Hoogheemraadschap van Delfland om het eerste gedeelte van deze watergang van secundair naar primair water te wijzigen in de legger Wateren.
De rechtbank overwoog dat het bestreden besluit een onderhoudslegger betreft waarin onderhoudsplichtigen worden aangewezen, waardoor eisers als onderhoudsplichtigen direct in hun belangen worden geraakt en ontvankelijk zijn in hun beroep. Verweerder stelde dat alleen het eerste gedeelte van de watergang een belangrijke afwaterende functie heeft vanwege de slechte werking van het gemaal aan de Dijkweg, en dat het onderhoud daarvan beter door Delfland kan worden uitgevoerd.
De rechtbank vond de toelichting van verweerder, gebaseerd op waterstaatkundige criteria uit de Nota herindeling functies oppervlaktewater, aannemelijk en oordeelde dat alleen het eerste gedeelte van de watergang een belangrijke transport- en bergende functie vervult. Eisers konden niet aannemelijk maken dat het gehele waterganggedeelte primair water zou moeten zijn.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de functiewijziging van alleen het eerste gedeelte van de watergang tot primair water.