Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam 2](eiseres 1) en
[naam 3](eiseres 2), hierna gezamenlijk aangeduid als 'eisers'
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van 24 april 2018 waarbij hun asielaanvragen niet in behandeling zijn genomen omdat Frankrijk primair verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Eisers vroegen tevens voorlopige voorzieningen om overdracht aan Frankrijk te voorkomen.
De rechtbank oordeelt dat Frankrijk de verantwoordelijkheid voor de asielaanvragen heeft aanvaard en dat eisers onvoldoende hebben aangetoond dat Frankrijk het Vluchtelingenverdrag of het EVRM niet naleeft. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft daarom van toepassing. Ook de medische klachten van eisers rechtvaardigen geen andere conclusie, aangezien Frankrijk vergelijkbare medische zorg kan bieden en geen sprake is van een onomkeerbare verslechtering.
Het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening, de humanitaire clausule, wordt verworpen omdat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet zodanig bijzonder zijn dat verweerder niet redelijkerwijs kon besluiten tot overdracht. De beroepen worden ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorzieningen worden afgewezen. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorzieningen afgewezen.