ECLI:NL:RBDHA:2018:8250
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en Slovenië als verantwoordelijk land
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, diende in 2018 een asielaanvraag in Nederland in. Uit Eurodac-gegevens bleek dat hij via Griekenland de EU was binnengekomen en eerder asielverzoeken had ingediend in Griekenland, Slovenië en Zwitserland. De Nederlandse Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid besloot de aanvraag niet te behandelen omdat Slovenië verantwoordelijk is voor de asielprocedure volgens de Dublinverordening.
Eiser stelde dat Slovenië niet aan zijn verplichtingen voldoet en dat hij daardoor niet adequaat beschermd zou worden. De rechtbank oordeelde dat eiser deze klachten eerst bij de Sloveense autoriteiten moet indienen en dat er geen aanwijzingen zijn dat Slovenië zijn verzoek niet zorgvuldig zal behandelen. Ook het claimakkoord van 18 mei 2018 bevestigde de bereidheid van Slovenië om het verzoek in behandeling te nemen.
De rechtbank verwierp het beroep en vond dat de Nederlandse overheid terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Er waren geen bijzondere omstandigheden die overdracht aan Slovenië onevenredig hard maakten. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.