ECLI:NL:RBDHA:2018:8253
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-in behandeling neming asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, van Iraanse nationaliteit, diende in 2018 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser had eerder verzoeken om internationale bescherming ingediend in Duitsland en Frankrijk.
De rechtbank stelde vast dat eiser tijdens zijn procedure in Duitsland werd bijgestaan door een door hemzelf gefinancierde advocaat, zodat hij niet was aangewezen op gefinancierde rechtsbijstand. De stelling van eiser dat er sprake zou zijn van systematische tekortkomingen in de toegang tot gefinancierde rechtsbijstand werd niet aanvaard. De rechtbank oordeelde dat de relevante bepalingen van de Dublinverordening en de Procedurerichtlijn niet in strijd zijn met het Handvest van de grondrechten van de EU.
Verweerder mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat Duitsland zijn verplichtingen nakomt. Ook was er geen bijzondere, individuele omstandigheid die overdracht van eiser aan Duitsland onevenredig hard zou maken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.