ECLI:NL:RBDHA:2018:8254
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens Kosovo als veilig land van herkomst
Eiseres, een Kosovaarse vrouw met drie minderjarige kinderen, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Haar verzoek werd afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid omdat Kosovo als veilig land van herkomst wordt beschouwd. Eiseres stelde dat zij en haar kinderen vanwege haar psychische gesteldheid en de dreiging van mishandeling door haar ex-schoonfamilie niet in staat zijn om bescherming in Kosovo te zoeken.
De rechtbank overwoog dat de afwijzing gebaseerd is op het rechtsvermoeden dat Kosovo veilig is en dat eiseres onvoldoende heeft aangetoond dat dit in haar geval niet geldt. Zij heeft geen bewijs geleverd dat het inroepen van bescherming bij Kosovaarse autoriteiten gevaarlijk of zinloos is, ondanks haar medische situatie. De rechtbank achtte het relevant dat eiseres met hulp naar Nederland is gekomen en dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat zij geen hulp kan krijgen in Kosovo.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter J.M. Ghrib en griffier A. Nobel en kan binnen een week worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.