ECLI:NL:RBDHA:2018:8267
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser diende op 8 maart 2018 een asielaanvraag in Nederland in, maar verweerder nam deze niet in behandeling omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Uit Eurodac bleek dat eiser op 27 augustus 2015 al een verzoek om internationale bescherming in Duitsland had ingediend, dat was afgewezen. Verweerder verzocht Duitsland om terugname, waarmee Duitsland instemde via het claimakkoord.
Eiser stelde dat het Duitse asiel- en opvangsysteem tekortkomingen vertoonde, waaronder gebrek aan gefinancierde rechtsbijstand en slechte opvangomstandigheden. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen niet nakomt, en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. Ook was er geen sprake van indirect refoulement.
De rechtbank vond dat verweerder terecht geen bijzondere omstandigheden had vastgesteld die overdracht aan Duitsland onevenredige hardheid zou maken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.