ECLI:NL:RBDHA:2018:8274
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag lesbische vrouw uit Oeganda wegens onvoldoende geloofwaardigheid
Eiseres, een vrouw met de Oegandese nationaliteit, diende op 28 augustus 2017 een asielaanvraag in Nederland in, stellende dat zij lesbisch is en vanwege haar seksuele gerichtheid vervolging en problemen ondervindt in Oeganda. Zij woonde sinds 2014 samen met haar partner en gaf aan dat zij vanwege bedreigingen en vervolging het land had verlaten.
Verweerder wees de aanvraag af omdat hij de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid en de daaraan verbonden problemen niet aannemelijk achtte. De rechtbank toetste de beoordeling van verweerder aan de Werkinstructie 2015/9, die een zorgvuldige en cultuurgevoelige methode voorschrijft voor het beoordelen van seksuele gerichtheid als asielmotief.
De rechtbank concludeerde dat verweerder de werkinstructie correct had toegepast en dat eiseres onvoldoende overtuigend bewijs leverde van haar seksuele gerichtheid en de relatie met haar partner. Ook de gemelde problemen, zoals een verkrachting en politie-aanhouding, werden als niet geloofwaardig beoordeeld vanwege tegenstrijdigheden en onwaarschijnlijkheden.
Hoewel verweerder ten onrechte de met valse documenten onderbouwde visumaanvraag tegen eiseres had gebruikt, leidde dit niet tot een ander oordeel over de geloofwaardigheid. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank wees de kostenveroordeling af en wees op het recht op hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid en de daaraan verbonden vervolgingsproblemen.