De moeder verzocht om vervangende toestemming om met haar twee minderjarige kinderen te verhuizen naar Helmond, waar zij een baan heeft en familie woont. De vader verzette zich hiertegen omdat hij een prominente rol heeft in de verzorging en opvoeding van de kinderen tijdens zijn periodes aan wal en vreest dat de afstand het contact ernstig zal beperken.
De rechtbank overwoog dat de gezamenlijke uitoefening van het gezag betekent dat de moeder toestemming van de vader nodig heeft voor verhuizing en schoolwissel. De moeder kon geen noodzaak voor verhuizing aantonen; haar situatie was zelf gecreëerd door het opzeggen van haar baan in Rotterdam. Ook de gezondheid van haar ouders en de zorg die zij bieden, woog niet zwaar genoeg.
De rechtbank stelde dat de verhuizing een te grote inperking zou betekenen van het recht van de vader en kinderen op onverminderd contact in hun vertrouwde omgeving. De sociale omgeving en school van de kinderen liggen in de huidige woonplaats, en het contact met de vader zou door de afstand beperkt worden tot weekenden en vakanties.
De rechtbank concludeerde dat het belang van de vader en kinderen zwaarder weegt dan dat van de moeder om te verhuizen. Het verzoek van de moeder werd daarom afgewezen. De rechtbank riep de moeder op haar plannen te heroverwegen in het belang van de kinderen. De proceskosten worden door partijen zelf gedragen.