ECLI:NL:RBDHA:2018:8331
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visum kort verblijf wegens onvoldoende sociale en economische binding
Eiseres, een Marokkaanse vrouw geboren in 1954, verzocht op 26 januari 2017 om een visum voor kort verblijf in Nederland om haar dochter te bezoeken. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees dit verzoek bij besluit van 3 februari 2017 af wegens onvoldoende sociale en economische binding met Marokko en onvoldoende aangetoonde middelen van bestaan.
Eiseres voerde aan dat zij wel degelijk sociale binding heeft, omdat haar moeder, broers en zussen in Marokko wonen en zij een netto inkomen van €500 per maand uit huurinkomsten heeft. Tevens stelde zij dat zij zorg draagt voor haar moeder met Alzheimer. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiseres onvoldoende sociale binding heeft aangetoond, mede omdat zij geen zorg voor een eigen gezin draagt en onvoldoende bewijs leverde van de zorg voor haar moeder.
Ook de economische binding werd onvoldoende geacht, omdat eiseres geen inkomen uit arbeid heeft en geen bewijs leverde van de huurinkomsten. De garantsteller voldeed ook niet aan de middelenvereiste. Hoewel eiseres een spaarrekening met voldoende middelen kon aantonen, was dat niet voldoende om het visum te verlenen.
De rechtbank concludeerde dat de afwijzing terecht was en verklaarde het beroep ongegrond. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend en hoger beroep is uitgesloten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het visum kort verblijf is ongegrond verklaard.