ECLI:NL:RBDHA:2018:8336
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan wegens ontbreken arbeidsverleden en voldoende bestaansmiddelen
Eiser, een Bulgaarse gemeenschapsonderdaan, heeft meerdere aanvragen ingediend voor een verblijfsdocument Duurzaam verblijf burger van de Unie, welke door verweerder zijn afgewezen. Naar aanleiding van de tweede aanvraag heeft verweerder ambtshalve onderzoek ingesteld naar het rechtmatig verblijf van eiser, waarbij is vastgesteld dat eiser sinds 2014 een bijstandsuitkering ontvangt en geen bewijs heeft geleverd van daadwerkelijke arbeid of voldoende bestaansmiddelen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft onderzocht of eiser aan de voorwaarden van artikel 8.12 van het Vreemdelingenbesluit voldoet en dat het late onderzoek niet leidt tot rechtsverwerking. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij tussen 2010 en 2014 rechtmatig verblijf had, omdat hij geen bewijs heeft geleverd van reële en daadwerkelijke arbeid als zelfstandige of voldoende middelen van bestaan.
Voorts is vastgesteld dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor rechtmatig verblijf als werknemer, zelfstandige, werkzoekende of economisch niet-actieve gemeenschapsonderdaan. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en rechtsverwerking wordt verworpen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan.