ECLI:NL:RBDHA:2018:8356
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken duurzame partnerrelatie
Eiseres, met de Syrische nationaliteit, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij referent, die een verblijfsvergunning asiel had. De aanvraag werd afgewezen omdat de feitelijke gezinsband niet was aangetoond. De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende bewijs leverde van een duurzame en exclusieve partnerrelatie gelijkgesteld aan een huwelijk.
Eiseres stelde dat zij sinds 2010 een relatie had met referent, zij in 2011 verloofd waren en elkaar regelmatig zagen, maar dit werd onvoldoende geacht. Ook het feit dat zij sinds 2012 niet samenwoonden en elkaar niet financieel ondersteunden, speelde een rol. Het huwelijk in 2016 werd vermoed een schijnhuwelijk te zijn om verblijfsvergunning te verkrijgen.
De rechtbank overwoog dat verweerder terecht het bezwaar kennelijk ongegrond had verklaard en dat de hoorplicht niet was geschonden. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres werd vrijgesteld van griffierecht wegens betalingsonmacht.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een duurzame en exclusieve partnerrelatie.