ECLI:NL:RBDHA:2018:8475
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier verblijf bij moeder op grond van artikel 8 EVRM
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende persoon, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd om bij zijn moeder te verblijven. Deze aanvraag werd afgewezen omdat eiser niet beschikte over een geldige mvv en niet voldeed aan de vrijstelling van het mvv-vereiste op grond van artikel 8 EVRM Pro. De moeder van eiser beschikte op dat moment niet over een geldige verblijfsvergunning, omdat haar asielaanvraag nog in behandeling was.
De rechtbank oordeelde dat de weigering van de verblijfsvergunning niet leidde tot een scheiding van familieleden zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro, omdat de moeder nog geen verblijfsvergunning had en het verblijf van de moeder rechtmatig was in afwachting van de beslissing op haar asielaanvraag. Het beroep van eiser werd ontvankelijk verklaard vanwege het belang bij ononderbroken rechtmatig verblijf, maar inhoudelijk ongegrond.
Verder werd geoordeeld dat verweerder terecht van de hoorplicht kon afzien, omdat redelijkerwijs geen twijfel bestond dat het bezwaar niet tot een ander besluit zou leiden. Het feit dat de moeder later alsnog een verblijfsvergunning kreeg, kon niet in deze procedure worden meegenomen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning is ongegrond verklaard.