ECLI:NL:RBDHA:2018:8529
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Eritrese asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht uitgaat van de in Italië geregistreerde meerderjarigheid van eiser, aangezien eiser geen authentieke documenten heeft overgelegd die dit tegenspreken.
Eiser voerde aan dat leeftijdsregistratie in Italië onbetrouwbaar is en dat het overnameverzoek onvolledig was omdat zijn in Nederland aanwezige broer niet werd vermeld. De rechtbank volgt deze argumenten niet, mede omdat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en de aanwezigheid van de broer niet relevant is voor de verantwoordelijke lidstaat. Ook de politieke situatie in Italië en Europa leidt niet tot een andere beoordeling.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en wijst het af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.