ECLI:NL:RBDHA:2018:8615
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, een Nigeriaanse staatsburger, diende op 5 februari 2018 een asielaanvraag in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling, gelet op eerdere asielaanvragen van eiser in Duitsland en andere lidstaten.
Eiser werd schriftelijk in de gelegenheid gesteld om te reageren op de wijziging van de verantwoordelijke lidstaat, maar maakte hier geen gebruik van. De rechtbank oordeelde dat verweerder daarmee voldeed aan de vereisten van de Dublinverordening en dat een persoonlijk onderhoud niet verplicht was.
Eiser stelde dat hij persoonlijk geïnformeerd had moeten worden en verwees naar bijzondere omstandigheden zoals vrijwilligerswerk en medische problemen. De rechtbank vond deze omstandigheden niet voldoende om de verantwoordelijkheid van Duitsland te betwisten, mede vanwege het vertrouwensbeginsel tussen lidstaten.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter C. van Boven-Hartogh op 16 juli 2018 te Middelburg.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.