Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
geboren op [1971], eiseres/verzoekster, in de hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van
[minderjarige] ( [minderjarige] ), geboren op [2012] , van Iraakse nationaliteit,
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Paragraaf A3/7 van de Vreemdelingencirculaire 2000 vermeldt, voor zover hier van belang:
De uitzetting blijft op grond van artikel 64 Vw Pro achterwege als BMA aangeeft dat sprake is van een van de volgende situaties:
2a. de stopzetting van de medische behandeling doet een medische noodsituatie ontstaan; en
2b. de medische behandeling van de medische klachten kan niet plaatsvinden in het land van herkomst of een ander land waar de vreemdeling naar kan vertrekken.
Onder een medische noodsituatie verstaat de IND: die situatie waarbij de vreemdeling lijdt aan een stoornis, waarvan op basis van de huidige medisch-wetenschappelijke inzichten vaststaat dat het achterwege blijven van behandeling binnen een termijn van drie maanden zal leiden tot overlijden, invaliditeit of een andere vorm van ernstige geestelijke of lichamelijke schade.
Bij uitblijven van de genoemde behandeling verwacht ik geen medische noodsituatie op korte termijn, want er blijken op dit moment geen medische complicaties dan wel medische problemen te zijn welke behandeling behoeven en onbehandeld tot levensbedreiging dan wel tot sterke invalidering (anders dan vanuit de verstandelijke beperking en ontwikkelingsachterstand) leiden. Cliënt heeft een verstandelijke beperking, deze is blijvend en daardoor is cliënt blijvend zorgbehoeftig. Naar verwachting zal cliënt hierin wel leerbaar zijn. Gezien de leeftijd is cliënt afhankelijk van de zorg van volwassenen (ouders) en de verstandelijke beperking zorgt hierin op dit moment niet tot een ander inzicht met betrekking tot de zorgbehoefte. Cliënt heeft een ontwikkelingsachterstand. Als gevolg hiervan heeft hij behoefte aan stimulering van zijn ontwikkeling (op alle fronten, dus sociaal, motorisch, cognitief) om de achterstand beperkt te houden. Zonder deze stimulering wordt geen blijvende achteruitgang verwacht, hooguit een stagneren van de ontwikkeling. Niet te voorspellen is welk niveau cliënt gaat halen met stimulering, mogelijk blijft hier sprake van een blijvende zorgbehoeftigheid. Deze zorgbehoefte kan op dit moment door de ouders ingevuld worden.
“Op het moment dat de deskundige begeleiding/stimulerende motorische/cognitieve begeleiding en de spraaktaal bevorderende logopedie wegvalt en daar geen vervolg komt, valt het niveau gelijk stil en beweegt zich vaak naar een regressie van verworvenheden. Deze deskundigheid en kennis om deze begeleiding van de ontwikkeling en het gedrag van [minderjarige] te stimuleren hebben de ouders van [minderjarige] niet. Zij hebben niet een dergelijk beroep begreep ik. (…) In het kader van het hiervoor geschetste kader over de kwaliteit van leven, gedragsproblematiek en frustratie bij het stilvallen of verslechteren van zijn ontwikkeling, kan het staken van de behandeling leiden tot een situatie waarin sprake is van psychisch lijden, ook op kortere termijn. De eerdere beschreven situatie rond de verhuizing naar Amersfoort is daar een goede indicatie voor. Gezien het voorgaande deel ik de conclusie dat bij het staken van de behandeling geen blijvende achteruitgang wordt verwacht niet (antwoord 4 laatste alinea). (…) In het geval van [minderjarige] is een dergelijke situatie ook in een vergelijkbare situatie waargenomen door een deskundige. Ook deel ik de mening dat de zorgbehoefte door de ouders kan worden ingevuld niet. Zeker gezien de forse gedragsproblematiek die al wordt waargenomen is het niet mogelijk om de vereiste hulp en zorg te bieden door middel van niet speciaal daarvoor geschoolde hulpverleners.”
“Met betrekking tot de ontwikkeling heb ik reeds aangedragen dat deze afhankelijk zal zijn van voorbeeldgedrag en stimulerend vermogen van gezinsleden. Indien deze geen voorbeeldgedrag of stimulerend vermogen hebben, zoals de kinderarts nu aangeeft, dan zal de ontwikkeling stagneren. De behandelaar geeft aan dat de ouders niet deskundig zijn in de zin dat ze geen opleiding hebben gevolgd. Niettegenstaande acht ik ouders in algemene zin wel in staat voorbeeldgedrag te tonen en kinderen te stimuleren. Ondergetekende gaat er niet van uit dat de ouders geen enkel opvoedkundig vermogen hebben, dit is althans nergens duidelijk geworden. (…) De kinderarts verwacht terugval in ontwikkeling en verworven vermogens van cliënt als de begeleiding wegvalt. Deze is inderdaad ook niet uit te sluiten, alhoewel niet te voorspellen valt of deze terugval dan blijvend is. Daarnaast is er een verschil tussen een terugval en dan toch weer oppakken van ontwikkeling en een terugval en daarna geen ontwikkeling meer. Ik bedoelde het eerste, ik hoop de behandelaar ook. Om discussie te vermijden wil ik daarom de mogelijkheid van achteruitgang bij deze dan toch maar benoemd hebben.”
eerste lid, van de Awb te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. De kosten zijn op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op in totaal € 1.503,- (1 punt voor het beroepschrift, 1 punt voor het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, wegingsfactor 1, waarde per punt € 501,-).