ECLI:NL:RBDHA:2018:8641
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inreisverbod van twee jaar ondanks medische en persoonlijke omstandigheden
Eiseres, met de Marokkaanse nationaliteit, kreeg een inreisverbod van twee jaar opgelegd omdat zij niet voldeed aan een terugkeerbesluit uit 2016. Zij stelde dat het inreisverbod in strijd was met artikel 3 EVRM Pro vanwege haar ziekte en afhankelijkheid van familie, en dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met haar medische situatie.
De rechtbank overwoog dat het inreisverbod terecht was opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiseres niet aan haar vertrekplicht had voldaan. Uit het arrest Paposhvili volgt dat een schending van artikel 3 EVRM Pro alleen aannemelijk is bij ernstige ziekte met onomkeerbare verslechtering door uitzetting, hetgeen eiseres niet aannemelijk had gemaakt.
Verder was er geen sprake van een duurzame relatie met haar partner op het moment van het besluit, zodat de aanvraag voor een artikel 9-document niet tot opschorting van het inreisverbod leidde. Ook was het bestreden besluit niet gebrekkig tot stand gekomen, aangezien het voornemen tot het opleggen van het inreisverbod niet aan de gemachtigde hoefde te worden gestuurd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod van twee jaar wordt ongegrond verklaard.