Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Scheiding
Beschikking op het op 8 augustus 2016 ingekomen verzoek van:
[Y] ,
[X] ,
Procedure
Beoordeling
Beslissing
ten aanzien van de echtscheiding met nevenvoorzieningen en de proceskostenaan.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek tot echtscheiding waarbij partijen betrokken zijn die deels in Nederland en deels in India wonen. De vrouw heeft een lopende echtscheidingsprocedure in India en de rechtbank besloot de behandeling van het Nederlandse verzoek aan te houden totdat de Indiase rechter onherroepelijk heeft beslist.
De rechtbank heeft overwogen dat de Indiase rechter terecht rechtsmacht heeft aangenomen, mede gelet op het huwelijk in India en de Indiase nationaliteit van de vrouw. De man, die sinds 2013 de Nederlandse nationaliteit bezit, kan nog steeds aanspraak maken op rechten als Overzees Burger van India.
De rechtbank verwierp het verzoek van de man om de zaak inhoudelijk te behandelen en bevestigde dat de eerdere eindbeslissing niet berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag. De behandeling is aangehouden tot 1 september 2018 pro forma, met de verplichting voor de vrouw om uiterlijk twee weken voor die datum te rapporteren over de voortgang van de Indiase procedure.
Uitkomst: De behandeling van het echtscheidingsverzoek wordt aangehouden tot de onherroepelijke beslissing van de Indiase rechter.