Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juli 2018 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
De rechtbank oordeelt als volgt.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Servische vrouw, diende in 2011 een asielaanvraag in die werd afgewezen. Na diverse procedures en een eerdere verlening van een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM Pro, werd deze vergunning niet verlengd. Eiseres vroeg vervolgens een verblijfsvergunning regulier aan op humanitaire gronden, welke werd geweigerd door verweerder.
De rechtbank oordeelt dat het Bureau Medische Advisering (BMA) een zorgvuldig en inzichtelijk advies heeft uitgebracht waar verweerder zijn besluit op baseerde. Eiseres heeft geen contra-expertise of voldoende onderbouwing geleverd om het advies te betwisten. De medische situatie van eiseres, waaronder PTSS, leidt volgens het BMA niet tot een medische noodsituatie die verblijf rechtvaardigt.
Verder zijn er geen bijzondere, individuele omstandigheden die een discretionaire vergunningverlening rechtvaardigen. De rechtbank volgt de argumentatie van verweerder en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van een verblijfsvergunning op humanitaire gronden wordt ongegrond verklaard.