ECLI:NL:RBDHA:2018:8944
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.R. van der Meer
- H. Nijman
- F.X. Cozijn
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herziening en boete WW-uitkering wegens onvoldoende feitenonderzoek uitbreiding werkzaamheden
Eiseres ontving een WW-uitkering na beëindiging van haar arbeidscontract en werkte daarnaast als krantendistributeur. Het UWV herzag haar WW-uitkering en legde een boete op wegens vermeende onjuiste opgave van uren en inkomsten. De rechtbank oordeelt dat het UWV onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de feitelijke uitbreiding van werkzaamheden, waarbij eiseres stelde dat extra taken werden uitbesteed aan haar dochters. Daarnaast was de gebruikte omrekentool om inkomsten naar uren om te rekenen ongeschikt in deze situatie.
De rechtbank stelt vast dat het UWV niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van een relevante urenuitbreiding boven de vrijgestelde 12 uur per week. Het besluit tot herziening en terugvordering van de WW-uitkering is daarom onzorgvuldig en ondeugdelijk gemotiveerd. Ook de boeteoplegging wordt vernietigd omdat de grondslag daarvoor is komen te vervallen.
De rechtbank draagt het UWV op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen en veroordeelt het UWV tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten. Het vonnis is uitgesproken door de meervoudige kamer van de Rechtbank Den Haag op 23 juli 2018.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten tot herziening en boeteoplegging WW-uitkering wegens onvoldoende onderzoek en onjuiste toepassing van een omrekentool.