ECLI:NL:RBDHA:2018:8970
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid bekering en afvalligheid Iran
Eiseres, een Iraanse vrouw, vroeg asiel aan in Nederland en stelde dat zij vanwege haar afvalligheid van de islam en bekering tot het christendom risico liep op vervolging in Iran. Haar aanvraag werd door de staatssecretaris afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van haar beweringen over haar bekering en het risico op vervolging.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat haar afvalligheid bekend was bij Iraanse autoriteiten of dat zij daardoor problemen zou ondervinden. Ook achtte de rechtbank haar bewering over bekering tot het christendom ongeloofwaardig, mede omdat eiseres zelf verklaarde nog niet bekeerd te zijn maar het christendom te bestuderen.
De aanhoudingen die eiseres in Iran had meegemaakt, werden door haarzelf niet als reden voor vertrek gezien. De rechtbank concludeerde dat eiseres niet voldeed aan de criteria voor vluchtelingenstatus of bescherming op grond van artikel 3 EVRM Pro.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door rechter R. Hirzalla en griffier N. Vreede op 20 juli 2018 te Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.