Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
21 juni 2018 in de zaken tussen
(gemachtigden: mr. M. Hendriks en mr. M. van Leeuwen),
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eisers werden door de Belastingdienst verzocht informatie te verstrekken over een UBS-bankrekening in Zwitserland over de jaren 2003 tot en met 2014. Eisers weigerden dit vanwege mogelijke strafrechtelijke gevolgen. De Belastingdienst gaf daarop een informatiebeschikking en legde een navorderingsaanslag op voor 2003.
De rechtbank oordeelt dat de informatiebeschikking terecht is voor de jaren 2005 tot en met 2014, omdat er een redelijk vermoeden bestaat dat eisers vermogen niet hebben opgegeven. Voor het jaar 2004 oordeelt de rechtbank dat navordering niet meer mogelijk is vanwege het verstrijken van de navorderingstermijn, waardoor de informatiebeschikking voor dat jaar wordt vernietigd.
Verder wijst de rechtbank het verzoek van de Belastingdienst af om eisers in de proceskosten te veroordelen, maar veroordeelt de Belastingdienst zelf tot vergoeding van proceskosten aan eisers. Eisers krijgen een termijn van zes weken om alsnog de gevraagde informatie over 2005-2014 te verstrekken.
Uitkomst: De informatiebeschikking voor 2004 wordt vernietigd wegens verjaring, voor 2005-2014 blijft deze van kracht en eisers krijgen een termijn om alsnog informatie te verstrekken.