ECLI:NL:RBDHA:2018:9049
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing uitstel van vertrek op grond van de Vreemdelingenwet
Verzoeker heeft bij besluit van 14 juli 2017 een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet ingediend, welke door verweerder is afgewezen. Hiertegen is bezwaar gemaakt, dat bij besluit van 30 november 2017 ongegrond is verklaard. Verzoeker stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting op te schorten totdat op het beroep is beslist.
De rechtbank heeft het onderliggende beroep (zaaknummer AWB 17/16489) op 13 juni 2018 behandeld en ongegrond verklaard. Hierdoor is niet langer voldaan aan het connexiteitsvereiste zoals neergelegd in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk is.
De voorzieningenrechter heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. De uitspraak is gedaan op 25 juli 2018 door voorzieningenrechter J.M. Ghrib, en er is geen hoger beroep mogelijk tegen deze beslissing.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het onderliggende beroep ongegrond is verklaard.