ECLI:NL:RBDHA:2018:9133
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. de Zeben - de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning onbepaalde tijd wegens niet voldoen aan verzwaarde inburgeringseisen
Eiser, een Iraakse nationaliteit, had een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die geldig was tot februari 2017. Hij vroeg verlenging en een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd aan. Verweerder wees de aanvraag voor onbepaalde tijd af omdat eiser niet voldeed aan de verzwaarde inburgeringsvereisten die sinds 1 januari 2015 gelden.
Eiser had een MBO-1 diploma, dat sinds 2015 niet meer vrijstelt van het inburgeringsvereiste. Hij diende een zienswijze in, maar deze werd niet tijdig meegenomen. De rechtbank passeert dit procedurele gebrek omdat verweerder later alsnog op de zienswijze inging. Eiser stelde dat eerdere vergunningen onterecht waren verleend op basis van oude regels, maar de rechtbank oordeelt dat verweerder gerechtigd was de onjuiste praktijk te beëindigen.
De rechtbank concludeert dat eiser geen recht heeft op een vrijstelling van het inburgeringsvereiste op grond van oude regelgeving of het gelijkheidsbeginsel. De leges worden niet terugbetaald omdat eiser de aanvraag heeft laten voortduren. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd afgewezen wegens niet voldoen aan de verzwaarde inburgeringsvereisten.