ECLI:NL:RBDHA:2018:9163
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing opvolgende asielaanvraag Somalië wegens schorsende werking beroep
Eiser, een Somalische asielzoeker, diende op 14 mei 2018 een opvolgende asielaanvraag in nadat zijn eerdere aanvraag uit 2015 was afgewezen. Hij stelde dat de veiligheidssituatie in Somalië was verslechterd, dat hij vanwege verwestering gevaar liep bij terugkeer, dat hij door Al-Shabaabgebied moest reizen naar Baidoa en dat hij in een ontheemdenkamp vervolgd zou worden.
De Staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond en legde een inreisverbod van twee jaar op. De rechtbank oordeelde dat de schorsende werking van het beroep ten onrechte was geweigerd, waardoor eiser onrechtmatig uit de opvang was verwijderd. Dit deel van het besluit werd vernietigd.
De rechtbank vond echter dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij door Al-Shabaabgebied moest reizen, dat hij vanwege verwestering gevaar liep, of dat hij in een ontheemdenkamp vervolgd zou worden. De aanvraag werd daarom terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand, zodat de afwijzing en het inreisverbod blijven gelden. De rechtbank veroordeelde de Staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €1.002.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens schending van de schorsende werking, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.