Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 juli 2018 in de zaak tussen
[naam] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopEiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 12 januari 2018 (het bestreden besluit).
Overwegingen
Verweerder acht eisers verklaringen over de betrapping en de problemen met zijn oom evenmin geloofwaardig.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Eiser heeft verder verklaard dat hij voelde dat hij anders was en dat hij dat moeilijk vond. Hij had nog nooit iets over homoseksualiteit gehoord, maar durfde er ook niet met mensen over te praten. Hij heeft verklaard: ‘Bij ons in het dorp bestond het niet. Het mocht niet.’ Eiser hield zijn gevoelens daarom binnen en liet ze niet zien. Voor zichzelf had hij zijn gevoelens wel geaccepteerd. Verder heeft hij verklaard dat zijn ouders het niks vinden en het niet accepteren, dat de maatschappij het niet goed vindt (hij zag het immers nergens) en dat het van zijn religie ook niet mag. Hij vindt het erg verwarrend dat zijn gevoelens tegenstrijdig zijn met wat zijn geloof zegt. Hij kan dit niet vergeten, maar heeft het wat terzijde gelegd en praktiseert minder.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.002,-.
mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2018.