ECLI:NL:RBDHA:2018:9176
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar machtiging voorlopig verblijf
Eisers, beiden van Ethiopische nationaliteit, hebben op 27 juni 2018 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op hun bezwaar tegen de afwijzing van hun aanvragen voor een machtiging tot voorlopig verblijf. De aanvragen waren ingediend in januari 2017 en juli 2017, met een beslistermijn die was verlengd tot zes maanden. Na het indienen van het bezwaar in september 2017 en aanvullende gronden in november 2017, stelde verweerder de beslistermijn opgeschort en ontving een ingebrekestelling op 4 mei 2018.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de wettelijke beslistermijn op 17 februari 2018 was verstreken en de ingebrekestelling geldig was. Verweerder heeft erkend dat eisers sinds 18 mei 2018 recht hebben op een dwangsom. De rechtbank stelt de dwangsom vast op het maximale bedrag van €1.260,- wegens overschrijding van 42 dagen. Tevens legt de rechtbank een termijn van twaalf weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen, met een aanvullende dwangsom van €100,- per dag bij overschrijding, tot maximaal €15.000,-.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van €250,50 en draagt verweerder op het betaalde griffierecht van €170,- aan eisers te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2018.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twaalf weken alsnog een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.