ECLI:NL:RBDHA:2018:926
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na ontslag door alcoholgebruik op werk
Eiser was sinds september 2014 werkzaam bij een werkgever in het buitenland en reisde wekelijks naar Nederland. Op 16 maart 2015 verscheen hij onder invloed van alcohol op het werk, wat tegen het nultolerantiebeleid van de werkgever was. Na een disciplinaire hoorzitting werd hem ontslag aangezegd en bevestigd. Eiser vroeg vervolgens een WW-uitkering aan, die werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid.
De rechtbank overwoog dat het ontslag een objectieve en subjectieve dringende reden had. Het onder invloed op het werk verschijnen was een ernstige misdraging en de werkgever handelde snel en voortvarend. Persoonlijke omstandigheden van eiser, zoals depressiviteit en dreigende uitzetting, konden het ontslag niet onrechtvaardigen. De stelling dat alcoholverslaving verwijtbaarheid wegneemt werd verworpen omdat geen medisch bewijs van een psychisch defect was geleverd.
De rechtbank concludeerde dat eiser verwijtbaar werkloos is en dat de weigering van de WW-uitkering terecht is. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.