ECLI:NL:RBDHA:2018:9294
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen overdracht asielaanvraag aan Polen op grond van Dublinverordening ongegrond verklaard
Eiser, een Jemenitische asielzoeker, diende op 11 januari 2018 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder weigerde de aanvraag in behandeling te nemen omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening, aangezien eiser eerder in Polen verbleef met een visum en verblijfsvergunning.
Eiser voerde aan dat hij in Polen werd gediscrimineerd en mishandeld en dat er systeemfouten zijn in de Poolse asielopvang en -procedure. Hij stelde tevens dat de Poolse samenleving asielzoekers negatief benadert. Ter zitting handhaafde eiser zijn bezwaar tegen de grondslag van de overdracht niet langer.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake is van systeemfouten in Polen die onmenselijke of vernederende behandeling veroorzaken. Ook was er geen reden om de hardheidsclausule toe te passen, omdat de aangevoerde omstandigheden niet van die aard zijn dat overdracht aan Polen onevenredige hardheid oplevert.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos op 31 juli 2018 te Middelburg.
Uitkomst: Het beroep tegen de overdracht van de asielaanvraag aan Polen wordt ongegrond verklaard.