ECLI:NL:RBDHA:2018:9452
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslagen loonheffing terecht opgelegd wegens correctie fictief loon
Eiseres, bestuurder en voor 50% aandeelhoudster van een besloten vennootschap, kreeg naheffingsaanslagen loonheffing opgelegd over 2014 en 2015. De inspecteur stelde het loon van de dga, die tevens bestuurder en enig werknemer was, vast op €44.000 per jaar. Eiseres voerde aan dat het loon ten onrechte was gecorrigeerd omdat de werkzaamheden van de dga beperkt en deeltijd waren, vergelijkbaar met een managementassistent, en deels therapeutisch van aard.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het loon lager mocht worden vastgesteld. De werkzaamheden van de dga waren niet vergelijkbaar met die van een managementassistent, mede omdat hij ook werkzaamheden verrichtte voor een buitenlandse onderneming waarin eiseres investeerde. Ook was onvoldoende onderbouwd dat de werkzaamheden daadwerkelijk deeltijd waren, en een deeltijdfactor toegepast kon worden.
Op grond van artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964 geldt een normloon van €44.000 voor werknemers met een aanmerkelijk belang, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat een lager loon gebruikelijk is in een vergelijkbare dienstbetrekking zonder aanmerkelijk belang. De rechtbank stelde dat eiseres deze bewijslast niet had voldaan en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslagen loonheffing wordt ongegrond verklaard en het loon van €44.000 wordt bevestigd.