ECLI:NL:RBDHA:2018:9517
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen op grond van Dublinverordening
Eisers, allen Moldavische staatsburgers, dienden op 25 maart 2018 asielaanvragen in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvragen niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat op basis van de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eisers voerden aan dat zij in Duitsland problemen ondervonden in de opvang, waaronder vechtpartijen, en dat klachten hierover niet serieus werden genomen. Tevens werd gewezen op de zwangerschap van een van de eisers met mogelijke risico’s bij terugkeer. De rechtbank oordeelde dat eisers onvoldoende hadden onderbouwd dat zij klachten hadden ingediend of dat zij zich niet tot hogere Duitse instanties konden wenden.
De rechtbank stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat Nederland niet gehouden is de behandeling van de aanvragen aan zich te trekken. Ook was er geen medische onderbouwing dat een overdracht naar Duitsland onevenredige hardheid oplevert. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen is ongegrond verklaard.