Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning als familie- of gezinslid, welke door verweerder is afgewezen wegens het vermoeden van een gefingeerd dienstverband tussen eiseres en haar echtgenoot, de referente. Verweerder baseerde dit op een verslag van het zorgkantoor dat twijfels uitte over de zorgovereenkomst.
De rechtbank oordeelt dat ondanks de twijfels over de zorgovereenkomst, vaststaat dat er een arbeidsovereenkomst bestaat waarbij loon is betaald en werkzaamheden zijn verricht onder gezag van de referent. De twijfels van verweerder zijn onvoldoende gemotiveerd en er had nader onderzoek moeten plaatsvinden.
Daarom is het bestreden besluit in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Awb en wordt het vernietigd. Verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser.