ECLI:NL:RBDHA:2018:9648
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling premieheffing over disability compensation van Amerikaanse veteraan
Eiseres, een in Nederland woonachtige Amerikaanse veteraan, ontvangt een disability compensation vanwege verwondingen opgelopen tijdens de eerste Golfoorlog. Voor het jaar 2015 werd deze uitkering door de Belastingdienst tot het premie-inkomen voor de volksverzekeringen gerekend, hetgeen eiseres betwistte.
De rechtbank stelt vast dat de disability compensation een periodieke uitkering van publiekrechtelijke aard is, uitbetaald door de Verenigde Staten, en dat deze niet valt onder de vrijstellingen van artikel 3.104 Wet IB 2001. De vrijstellingen voor vergelijkbare Nederlandse uitkeringen zijn niet van toepassing, noch is sprake van een financiële tegemoetkoming zoals bedoeld in de Voorzieningenregeling.
Verder oordeelt de rechtbank dat het sociale zekerheidsverdrag tussen Nederland en de VS geen bepalingen bevat die de premieheffing over deze uitkering verbieden. Het beroep op goede verdragstrouw en het vertrouwensbeginsel wordt verworpen. De brief van de Belastingdienst uit 2008, waarin werd aangegeven dat de disability compensation niet tot het bijdrage-inkomen Zvw behoort, leidt niet tot een vrijstelling van premieheffing.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de disability compensation.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de premieheffing over de disability compensation.