ECLI:NL:RBDHA:2018:9657
Rechtbank Den Haag
- Tussenbeschikking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vervangende toestemming voor verhuizing van minderjarige kinderen naar Ierland
De vader heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om vervangende toestemming te verkrijgen voor de verhuizing van zijn minderjarige kinderen naar Ierland, waar hij zijn familie en nieuwe partner heeft. De moeder voert verweer en betwist dat de verhuizing in het belang van de kinderen is, mede vanwege het moeizame contact tussen haar en de kinderen.
De rechtbank heeft tijdens de zitting geprobeerd tot een vergelijk te komen, maar dit leverde onvoldoende resultaat op. De rechtbank constateert dat zij onvoldoende informatie heeft om te beoordelen of de verhuizing in het belang van de kinderen is en hoe het contact tussen de kinderen en de moeder gewaarborgd kan worden bij een verhuizing naar Ierland.
Gezien de moeizame communicatie tussen de moeder en de kinderen en het ontbreken van concrete afspraken over contact tijdens vakanties, acht de rechtbank een aanvullend onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming noodzakelijk. De raad wordt verzocht het reeds lopende onderzoek uit te breiden en tevens een bemiddelende rol te vervullen om het contact tussen moeder en kinderen te verbeteren.
De rechtbank houdt de behandeling van het verzoek aan tot uiterlijk 1 april 2018, waarna de zaak zal worden voortgezet op basis van het rapport en advies van de raad. Tot die tijd worden verdere beslissingen over het verzoek tot verhuizing aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing over het verzoek tot verhuizing aan en verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een uitgebreid onderzoek te doen.