ECLI:NL:RBDHA:2018:967
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek transvrouw uit Cuba wegens onvoldoende bewijs van onhoudbare vervolging
Eiseres, een transvrouw uit Cuba, verzocht om een verblijfsvergunning asiel wegens discriminatie, arrestaties en dreiging met gevangenisstraf vanwege haar seksuele geaardheid en genderidentiteit. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat zij een reëel risico liep op vervolging of ernstige schade.
De rechtbank overwoog dat hoewel discriminatie en arrestaties hebben plaatsgevonden, deze niet zodanig ernstig of frequent waren dat zij haar bestaansmogelijkheden in Cuba onhoudbaar maakten. Er was geen bewijs dat zij onderwijs, huisvesting of gezondheidszorg werd ontzegd, en de situatie voor LHBTI+ in Cuba is volgens recente rapporten verbeterd.
De rechtbank concludeerde dat de situatie van eiseres niet voldeed aan de criteria voor vluchtelingenstatus of bescherming op grond van artikel 3 EVRM Pro. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.
De uitspraak benadrukt het belang van concreet bewijs van onhoudbare vervolging en erkent positieve ontwikkelingen in Cuba voor LHBTI+. De rechtbank achtte de enkele waarschuwingen en arrestaties onvoldoende voor het aannemen van een reëel risico op ernstige schendingen.
Uitkomst: Het beroep op asiel wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van onhoudbare vervolging in Cuba.