Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
26 juli 2018 (inhoudelijk).
mr. J.E. Hartjes en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. M. van Olffen naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
met daarachter een viertal smileys)
Geachte, Zojuist een spoedopdracht binnen gehad voor 3 woonhuizen (1 multisplit per woning). Men wil in principe de WDHX-DM40i, ze was €985 toch? Indien dit correct is dan ga ik ook akkoord met betreffende (...) kunnen jullie (...) sturen. (...) a.s. Woensdag leveren bij mijn klant op het volgende adres: [adres 3] Factuur: [bedrijfsnaam 1] . (...) hoef niet helemaal naar Maastricht toe. Alvast bedankt voor de medewerking groeten (...) [telefoonnummer 1]’.
en
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
10 augustus 2016 toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van die datum is ontstaan. De factuur van [bedrijfsnaam 2] is gedateerd 10 augustus 2016 en de levering van de goederen heeft blijkens het bewijs van aflevering ook op die dag plaatsgevonden, zodat ervan kan worden uitgegaan dat ook op die dag de betaling door de benadeelde partij is gedaan. Daarnaast zal de rechtbank de gevorderde wettelijke rente over het bedrag van € 330,- vanaf 11 augustus 2016 toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van die datum is ontstaan. Op de factuur is de datum 10 augustus 2016 genoemd, maar uit de aangifte van de benadeelde partij komt naar voren dat de benadeelde partij op 11 augustus 2016 van [adres 4] naar Leiden is gereden om daar onderzoek en aangifte te doen.
11 augustus 2016, beide tot aan de dag van de algehele voldoening, ten behoeve van [aangever] .
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
150 (honderdvijftig) dagen;
116 (honderdzestien) dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op
3 (drie) jaren vastgestelde proeftijdniet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
€ 1.927,44 vanaf 10 augustus 2016 en over een bedrag van € 330,- vanaf 11 augustus 2016, beide tot aan de dag van de algehele voldoening;
10 augustus 2016 en over een bedrag van € 330,- vanaf 11 augustus 2016, beide tot aan de dag van de algehele voldoening, ten behoeve van [aangever] ;