ECLI:NL:RBDHA:2018:9728
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid van vluchtverhaal over familieconflict en ontvoering
Eiser, een Iraakse nationaliteit dragende jongeman, vroeg asiel aan op grond van bedreigingen en ontvoering die hij en zijn broer zouden hebben ondervonden vanwege de geheime relatie van zijn broer met een meisje uit een andere stam. Na ontvangst van een dreigbrief waarin zij vogelvrij werden verklaard, vluchtte eiser uit Irak.
De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het verhaal. De rechtbank bevestigt deze afwijzing na beoordeling van de inconsistenties in de verklaringen van eiser en zijn broer, het ontbreken van details over de relatie en de omstandigheden van de ontvoering, en de onwaarschijnlijke wijze waarop eiser kon ontsnappen.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet voldoet aan de criteria voor vluchtelingenstatus of bescherming op grond van het EVRM. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van het vluchtverhaal.