ECLI:NL:RBDHA:2018:987
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielverzoek op grond van Dublinverordening
Eiser, een Guinese staatsburger, diende op 23 juli 2017 een asielverzoek in Nederland in. Verweerder nam dit verzoek niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de asielprocedure. Uit Eurodac bleek dat eiser op 20 mei 2017 illegaal Italië binnenkwam.
Eiser betoogde dat hij Italië had verlaten vanwege onmenselijke omstandigheden in een opvangkamp in Italië en dat verweerder nader onderzoek had moeten doen naar garanties dat hij niet teruggeplaatst zou worden in dat kamp. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake is van systeemgebonden tekortkomingen in Italië die het interstatelijk vertrouwensbeginsel zouden ondermijnen.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie en overwoog dat hoewel er tekortkomingen zijn in Italiaanse opvangvoorzieningen, dit niet betekent dat de gehele Italiaanse asielprocedure ontoereikend is. Eiser had onvoldoende aangetoond dat hij bij de Italiaanse autoriteiten geen hulp zou krijgen, mede omdat hij niet formeel had geklaagd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de rechtbank zag geen reden om prejudiciële vragen te stellen of te wachten op lopende vragen van het Duitse Verwaltungsgericht.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van het asielverzoek is ongegrond verklaard.