ECLI:NL:RBDHA:2018:992
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Iraanse vrouw na bekering tot christendom wegens ongeloofwaardigheid
Eiseres, een Iraanse vrouw, vroeg asiel aan in Nederland nadat zij was gevlucht vanwege onderdrukking door haar streng islamitische familie en haar bekering tot het christendom. Zij stelde dat zij in Iran mishandeld werd en vreest voor haar leven bij terugkeer. De staatssecretaris wees haar aanvraag af als kennelijk ongegrond vanwege tegenstrijdigheden en ongeloofwaardigheid in haar verhaal.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij ernstig werd onderdrukt door haar familie. Tegenstrijdigheden in haar verklaringen over schoolkeuze, omgang met een vriend en zwangerschap werden als ongerijmd beoordeeld. Ook was onvoldoende bewijs geleverd voor de familiebanden met een halfbroer die voor het regime zou werken.
Ten aanzien van haar bekering tot het christendom vond de rechtbank dat eiseres niet kon aantonen dat zij een weloverwogen keuze had gemaakt. Haar kennis over het christendom was beperkt en zij kon essentiële vragen hierover niet beantwoorden. De rechtbank vond dat de afkeer van de islam onvoldoende onderbouwd was als zelfstandig element.
De rechtbank concludeerde dat de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond is afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond wegens ongeloofwaardigheid.