ECLI:NL:RBDHA:2018:9956
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens niet aannemelijk gemaakte identiteit en herkomst
Eiser, een Somalische man, diende een nieuwe asielaanvraag in Nederland in nadat zijn eerdere verblijfsvergunning in Zwitserland niet werd verlengd en hij dreigde te worden uitgezet naar Somalië. Hij stelde geboren te zijn in Mogadishu in 1990 en tot 2010 in Zwitserland te hebben gewoond. Tijdens eerdere procedures gaf hij echter tegenstrijdige persoonsgegevens op en verzweeg hij zijn verblijf in Zwitserland.
De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond op grond van tegenstrijdige en onwaarschijnlijke verklaringen over zijn identiteit en herkomst. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt wie hij was, mede omdat hij geen officiële Somalische documenten kon overleggen en in Duitsland werd aangetroffen met een Keniaans rijbewijs.
De rechtbank vond het terecht dat de staatssecretaris niet had getoetst of eiser als vluchteling kon worden erkend of bescherming nodig had op grond van het EVRM, omdat de identiteit en herkomst niet waren vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van identiteit en herkomst.