ECLI:NL:RBDHA:2018:9958
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek asielverblijfsvergunning wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel met Italië
Eiser heeft op 18 april 2018 een asielaanvraag ingediend, maar de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Uit Eurodac bleek dat eiser eerder in Italië en Duitsland asiel had aangevraagd. De Italiaanse autoriteiten reageerden niet op het verzoek tot terugname, waardoor een fictief akkoord ontstond.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing is, waarbij wordt aangenomen dat Italië zijn internationale verplichtingen nakomt. Alleen indien eiser aannemelijk maakt dat het Italiaanse asiel- en opvangsysteem ernstige tekortkomingen vertoont die leiden tot een schending van artikel 3 EVRM Pro, kan hiervan worden afgeweken. Jurisprudentie van het EHRM en de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat de situatie in Italië niet vergelijkbaar is met die in Griekenland en dat het vertrouwensbeginsel blijft gelden.
Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is. Zijn stelling dat hij geen eerlijke rechtsgang krijgt bij afwijzing van zijn asielverzoek is onvoldoende. Ook heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat hij niet kan klagen bij Italiaanse autoriteiten over opvangproblemen. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht geen nader onderzoek heeft verricht en dat geen bijzondere omstandigheden zijn aangevoerd die een behandeling in Nederland rechtvaardigen op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.M. Ghrib en griffier J.C. de Grauw op 16 augustus 2018. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard omdat Italië verantwoordelijk is en het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt.