ECLI:NL:RBDHA:2018:9961
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe elementen
Eiser, een Russische staatsburger, diende een opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel in, stellende dat hij nieuwe feiten had zoals het bezit van een Ichkeerie-paspoort, deelname aan een rechtszaak bij het Internationaal Strafhof en kritiek op Russische autoriteiten via sociale media.
Verweerder verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a Vreemdelingenwet 2000 omdat deze nieuwe elementen niet als zodanig konden worden aangemerkt. De rechtbank oordeelde dat het bezit van het Ichkeerie-paspoort geen nieuw relevant feit is omdat eiser zijn Russische nationaliteit behoudt en geen bewijs leverde dat Russische autoriteiten hiervan op de hoogte zijn.
Ook de sociale media-activiteiten en aanwezigheid bij het Internationaal Strafhof werden onvoldoende concreet onderbouwd en konden niet als nieuwe elementen worden beschouwd. De rechtbank verwierp tevens het beroep op de Bahaddar-exceptie omdat eiser niet aannemelijk maakte dat terugkeer naar Rusland een schending van artikel 3 EVRM Pro zou opleveren.
Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van de aanvraag bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de opvolgende asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van nieuwe relevante elementen.