ECLI:NL:RBDHA:2019:10082
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag activiste uit Uganda wegens ongeloofwaardig relaas bedreiging
Eiseres, een mensenrechtenactiviste uit Uganda, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel na een vermeende bedreiging en aanval door onbekenden in juli 2018. Zij stelde dat zij vanwege haar LHBT-activisme en eerdere arrestatie in 2014 vreest voor vervolging bij terugkeer. Verweerder erkende de geloofwaardigheid van haar identiteit, nationaliteit en eerdere detentie, maar achtte het relaas over de bedreiging in 2018 ongeloofwaardig vanwege vage verklaringen en tegenstrijdigheden.
Tijdens de zitting werd onder meer besproken dat eiseres legaal het land heeft kunnen verlaten, hetgeen niet wijst op negatieve aandacht van autoriteiten. Haar verklaring over de omkoping van een douanebeambte werd als ongeloofwaardig beoordeeld. Ook de stelling dat haar naam op een uitreisverbodlijst zou staan, werd niet aannemelijk geacht.
De rechtbank concludeerde dat de vrees voor vervolging niet aannemelijk is, mede omdat eiseres na haar eerdere arrestatie in 2014 geen aanleiding zag het land te verlaten en zij na haar studie in Nederland terugkeerde naar Uganda. De overgelegde rapporten over repressie van mensenrechtenactivisten konden dit oordeel niet wijzigen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege het ongeloofwaardig achten van het relaas over de bedreiging in 2018.