Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Het COA is belast met het voorzien in de noodzakelijke bestaansvoorwaarden voor de volgende categorieën vreemdelingen gedurende de daarbij aangegeven termijn:a. een slachtoffer van mensenhandel dat rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onder f of h, van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het verlenen van medewerking aan opsporing en vervolging terzake van overtreding van artikel 273f van het Wetboek van strafrecht danwel op grond van artikel 8, onder k, van die wet en ten aanzien van wie door respectievelijk de Immigratie- en Naturalisatiedienst of de korpschef aan het COA een schriftelijke verklaring als bedoeld in het tweede lid is afgegeven, vanaf het tijdstip waarop de verklaring is afgegeven tot het moment waarop het rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder f, h of k, van de Vreemdelingenwet 2000 is geëindigd;(..)h. een in verband met eergerelateerd of huiselijk geweld dan wel mensenhandel hier te lande verblijvende gemeenschapsonderdaan, bedoeld in artikel 1 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, die:1°. rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder e, van de Vreemdelingenwet 2000, gedurende drie maanden na inreis; of2°. indien de periode van drie maanden na inreis verstreken is, blijkens een schriftelijke verklaring van de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan het COA, rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder f, g, h of k, van de Vreemdelingenwet 2000, totdat drie maanden in de noodzakelijke bestaansvoorwaarden is voorzien; of3°. indien de periode van drie maanden na inreis nog niet verstreken is, rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder e, van de Vreemdelingenwet 2000 en daaropvolgend blijkens een schriftelijke verklaring van de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan het COA rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder f, g, h of k, van de Vreemdelingenwet 2000, totdat drie maanden in de noodzakelijke bestaansvoorwaarden is voorzien.Uit artikel 3, eerste lid, van de Rvb volgt dat het voorzien in de noodzakelijke bestaansvoorwaarden inhoudt het voorzien in een financiële toelage en een ziektekostenregeling.
Beslissing
€ 170,- (honderdzeventig euro).
mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 september 2019.